Politiek & Maatschappij
Typography

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

NLMagazine/Opinie – De benoeming van voormalig NCTV-chef Pieter-Jaap Aalbersberg tot voorzitter van de Raad van Toezicht van de NPO roept opnieuw vragen op over de onafhankelijkheid van de publieke omroep.

Niet alleen vanwege zijn achtergrond bij de veiligheidsdienst, maar ook omdat tegelijkertijd voormalig D66-senator Annelien Bredenoord plaatsneemt in dezelfde toezichtsraad.

Op zichzelf zijn benoemingen van oud-politici of topambtenaren niets nieuws. Maar juist bij een publieke omroep, die onafhankelijk van de politiek hoort te opereren, mag de vraag worden gesteld of dit soort keuzes het vertrouwen van burgers juist versterken of verder ondermijnen.

Geen achtergrond in de journalistiek

Wie naar de cv's kijkt, ziet vooral ervaring binnen overheid, bestuur en politiek. Aalbersberg stond jarenlang aan het hoofd van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), waar hij tijdens de coronaperiode mede verantwoordelijk was voor de aanpak van wat de overheid als desinformatie beschouwde. Daarvoor werkte hij als politiecommissaris.
Zijn voorganger als voorzitter van de Raad van Toezicht, Tjibbe Joustra, kwam eveneens uit de wereld van bestuur en veiligheid en niet uit de journalistiek.
Dat roept een logische vraag op: waarom kiest de overheid opnieuw niet voor iemand met een bewezen staat van dienst binnen de onafhankelijke media?

Politiek en publieke omroep steeds dichter bij elkaar?

Ook de benoeming van voormalig D66-fractievoorzitter Annelien Bredenoord zorgt voor discussie. Critici wijzen erop dat een oud-politicus van een regeringspartij nu toezicht gaat houden op een omroep die juist onafhankelijk van politieke invloed hoort te functioneren.
PVV-Kamerlid Martin Bosma sprak zelfs van "netwerkcorruptie" en gebruikte opnieuw de inmiddels bekende bijnaam "NPO66". Dat is een politieke kwalificatie, maar de benoeming voedt onmiskenbaar de discussie over de verwevenheid tussen politiek en publieke instellingen.

De schaduw van de coronaperiode

De meeste kritiek richt zich echter op Aalbersbergs verleden bij de NCTV. Tijdens de coronacrisis speelde de NCTV een belangrijke rol bij het signaleren en bestrijden van wat de overheid als desinformatie zag. Dat leidde destijds tot stevige kritiek van juristen, journalisten en wetenschappers, die vonden dat de overheid zich te veel bemoeide met de vrijheid van meningsuiting.
Dat juist iemand die destijds betrokken was bij informatiebeleid nu toezicht gaat houden op de publieke omroep, voelt voor veel mensen als een opmerkelijke stap.

Toeval of een patroon?

Los van deze individuele benoemingen zien veel Nederlanders een bredere ontwikkeling. Toezichtraden van publieke instellingen worden regelmatig gevuld met voormalige topambtenaren, bestuurders en politici uit dezelfde bestuurlijke netwerken.

Dat hoeft op zichzelf niets verkeerds te betekenen. Ervaren bestuurders kunnen waardevolle kennis meebrengen. Maar wanneer functies steeds binnen dezelfde kring lijken te rouleren, ontstaat al snel de indruk dat onafhankelijk toezicht plaatsmaakt voor een gesloten bestuurscultuur.
En juist dát is misschien wel het grootste probleem. Niet zozeer omdat bewezen is dat de publieke omroep politiek wordt aangestuurd, maar omdat steeds meer burgers het gevoel krijgen dat bestuur, politiek en media wel erg dicht tegen elkaar aanschurken.

Een publieke omroep leeft uiteindelijk van vertrouwen. En vertrouwen ontstaat niet alleen door onafhankelijk te zijn, maar vooral doordat die onafhankelijkheid ook zichtbaar is.

Quote

NOS politiek

e-Matching