Door Jos de Jong - NLMagazine, Sport en politiek - ‘Sport verbroedert’ is een zin die bestuurders graag uitspreken bij openingen en huldigingen. Maar zodra verbroedering botst met geopolitiek, blijkt het een slogan met houdbaarheidsdatum.
Het besluit van NOC*NSF om een boycot te steunen rond de deelname van Russische sporters aan de Paralympische Spelen, wordt gepresenteerd als een principiële keuze. In werkelijkheid is het vooral een keuze die sporters treft, mensen die hun leven hebben ingericht rond één doel: beter worden in wat ze doen. Jaren van trainen, fysieke pijn, gemiste familiefeesten en financiële onzekerheid worden in één bestuurlijke pennenstreek ondergeschikt gemaakt aan internationale symboliek.
Geen enkele paralympiër heeft een oorlog ontketend en geen enkele sprinter of rolstoelbasketballer heeft sancties ingesteld. Toch worden zij behandeld als moreel drukmiddel. Collectieve verantwoordelijkheid noemen we dat tegenwoordig, mits het om atleten gaat.
De geschiedenis herhaalt zich, altijd via de sporter
Wie denkt dat dit nieuw is, hoeft alleen terug te kijken naar de boycot van de Olympische Zomerspelen 1980 in Moskou. Westerse landen bleven weg vanwege de Sovjetinvasie in Afghanistan. Vier jaar later volgde een tegenboycot bij de Olympische Zomerspelen 1984. Wat veranderde er geopolitiek? Vrijwel niets, maar wat veranderde er voor sporters? Alles! Complete carrières verdwenen in een zwart gat van politieke spierballentaal.
Ook tijdens de apartheid werden Zuid-Afrikaanse sporters geweerd uit internationale competities. Dat was een krachtig signaal tegen een verwerpelijk systeem, maar zelfs daar betaalden individuele atleten de directe prijs voor beslissingen waar zij vaak geen zeggenschap over hadden. De vraag blijft dus ingewikkeld; wanneer is uitsluiting gerechtvaardigd en wie draagt de gevolgen?
Selectieve verontwaardiging
Wat het wrang maakt, is de selectiviteit. Economische belangen blijven doorgaans ongemoeid. Wapenleveranties gaan door, handelsstromen worden herzien, maar zelden volledig stopgezet. Energiecontracten blijken ineens ‘complexe dossiers’.
Maar een sporter uitsluiten? Dat is ‘te overzien’ en overzichtelijk. Dat levert een helder statement op zonder dat het de binnenlandse economie ontwricht. Symbolische daadkracht tegen relatief lage politieke kosten, hoe verzin je het...
Het is mijn inziens een bizarre, ronduit lachwekkende en belachelijke manier om geweten en gevolg tegen elkaar weg te strepen en om aldus op een ongerijmde manier morele verantwoordelijkheid door te schuiven. Wat een schande eigenlijk. We veroordelen een staat, maar treffen het individu dat toevallig onder die vlag is geboren.
Het sprookje van de politiek onafhankelijke sport
Sport is nooit volledig los te zien van de wereld eromheen. De veronderstelling dat sport losstaat van macht en belangen is historisch al lang achterhaald. Dat was al duidelijk in 1936 in Berlijn. Er is volgens mij een duidelijk verschil tussen erkennen dat sport plaatsvindt in een politieke werkelijkheid, en sporters inzetten als sanctiemiddel. Juist evenementen als de Paralympische Spelen zijn bedoeld als viering van menselijke veerkracht, inclusie en internationale ontmoeting. Daar zouden mensen elkaar moeten kunnen zien als tegenstanders in sportieve zin en niet als vertegenwoordigers van geopolitieke kampen.
Het cynische is dat sporters wereldwijd helemaal geen oorlog, politieke ellende en verstrengeling van belangen wil. Ze willen trainen, presteren, hun limieten verleggen. De belangen van “de machtigen der aarde” (geopolitieke invloed, economische dominantie, strategische machtsposities) zijn echt geen belangen van een atleet.
Wie verdedigt de sporter?
Een organisatie als NOC*NSF heeft in de kern één taak: de belangen van sporters behartigen. Dat betekent soms ook weerstand bieden tegen politieke druk, juist om te voorkomen dat atleten als pionnen worden gebruikt in een groter machtsspel. Dat betekent natuurlijk niet meteen dat morele vragen moeten worden genegeerd. Maar het vraagt wel om eerlijkheid over wie de prijs betaalt voor symbolische gebaren. Want sancties via de sport raken niet de machtshebbers, niet de generaals, niet de presidenten en niet de industriëlen. Ze raken de mensen op de baan, in het zwembad, in de sporthal.
Ik vind het daarom absoluut belachelijk en ridicuul dat deze ‘fantastische’ organisatie‘die zogenaamd het belang van sporters boven alles stelt, het noodzakelijk acht om geen acte de présance te geven tijdens de opening van de Paralympische Spelen omdat er een land meedoet waarvan de vlag momenteel niet wordt gewaardeerd. Wat kan een sporter daar nou aan doen…
Het klinkt echt leuk, maar zo langzamerhand lijkt het dat we beter kunnen stoppen met de fantastische maar eveneens vrijblijvende slogan dat sport verbroedert.
Of we moeten hem toch wèl serieus nemen. Immers, als zelfs de sport geen ruimte meer kan bieden voor ontmoeting tussen individuen uit verschillende landen, wat blijft er dan nog over van het idee dat mensen elkaar kunnen vinden voorbij vlaggen en allerlei frontlinies?
Laat regeringen hun conflicten uitvechten in vergaderzalen en in onderhandelingstrajecten. Maar laat sporters in elk geval datgene doen waar ze hun leven aan hebben gewijd: aan sporten. Dat is geen naïviteit. Dat is kiezen voor de mens achter het paspoort.
Jos de Jong










