Door Jos de Jong - NLMagazine/Economie & Mobiliteit – Autorijden kost veel geld. Dat weten we in Nederland zo langzamerhand als geen ander. Vanaf 2027 wordt dit nog eens extra duur. De overheid verhoogt belastingen, heffingen en boetes. Niet één keer, maar op heel veel verschillende manieren tegelijk.
Langzaam maar zeker dreigt de auto een luxeproduct te worden voor zover hij dat inmiddels al niet was. Waar gaat dit land in vredesnaam naartoe? Voor veel mensen is een auto geen speeltje. Zij hebben hem nodig om naar hun werk te gaan, kinderen weg te brengen, boodschappen te doen of familie te bezoeken. Zeker buiten de grote steden is het openbaar vervoer lang niet altijd een goed alternatief, zeker ook vanwege het feit dat het OV inmiddels óók al vrijwel onbetaalbaar wordt. Toch lijkt Den Haag de automobilist vooral te zien als een rijdende portemonnee.
Betalen aan de pomp
Vanaf 1 januari 2027 stijgt de accijns op brandstof opnieuw. Het gaat misschien niet zo zeer om die paar centen extra, maar vooral over het feit dat over brandstof namelijk óók nog eens 21% BTW wordt geheven. Een groot deel van de prijs aan de pomp bestaat daardoor uit belasting waardoor een automobilist dus belasting betaalt over een prijs waarin al belasting zit. Legitieme diefstal dus. Leg dat maar eens uit aan iemand die iedere week zijn tank moet vullen om op zijn werk te komen.
Ook leasen wordt duurder
Voor leaseauto’s dreigt eveneens een hogere rekening. Leasemaatschappijen moeten BTW gaan berekenen over de motorrijtuigenbelasting die in het leasebedrag is verwerkt. Voor particuliere leaserijders kan dat al snel enkele tientjes per maand schelen. Op papier lijkt dat misschien niet zo enorm schokkend, maar tel het eens op bij de boodschappen, energie, verzekeringen, zorgkosten en gemeentelijke lasten. Dan ga je zo’n bedrag echt in je
portemonnee voelen.
Ondernemers krijgen de rekening
Ook bestelauto’s en vrachtwagens worden duurder. Dat wás al het geval, maar het wordt nóg gekker. Tijdelijke belastingverlagingen verdwijnen, waardoor ondernemers opnieuw meer moeten betalen. En wie denkt dat alleen de ondernemer daar last van heeft, die zit er dan behoorlijk naast. Want, een bakker, loodgieter, aannemer of bezorgdienst moet die hogere kosten weer ergens terugverdienen en dus komen die weer terecht bij de klant; en dat zijn u en ik!
Een nieuwe auto? Nog méér belasting
Wie een nieuwe benzine- of dieselauto koopt, betaalt BPM. Die belasting hangt samen met de CO₂-uitstoot. Vanaf 2027 worden de grenzen strenger en gaan de bedragen per gram uitstoot omhoog. Ook elektrische auto’s ontsnappen de dans niet. Ook daarvoor stijgen bepaalde belastingen en wordt de bijtelling minder gunstig.
Eerst worden mensen met subsidies en voordelen richting elektrisch rijden gestuurd. Zodra zij eenmaal de overstap hebben gemaakt, verdwijnen de voordelen stap voor stap. Dat begint inmiddels een bekend patroon te worden.
Extra heffing op zakelijke auto’s
Werkgevers die vanaf 2027 een nieuwe auto met benzine-, diesel- of hybride motor aan werknemers ter beschikking stellen, krijgen óók nog eens te maken met een extra belastingheffing die per jaar kan oplopen tot wel 12% van de cataloguswaarde.
Bij een auto van € 50.000 gaat het om 6.000 euro per jaar. Ook dát geld moet ergens vandaan komen. De kans is dan ook groot dat bedrijven minder auto’s beschikbaar stellen, goedkopere modellen kiezen of de kosten op een andere manier doorberekenen.
En ook de boetes gaan omhoog
Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, stijgen ook de verkeersboetes. Iedereen behoort zich aan de verkeersregels te houden. Doe je dat niet en je wordt aangehouden, dan krijg je niet zoals vroeger eerst een waarschuwing, maar ga je direct voor de bijl. Daar komt óók nog eens bij dat de Nederlandse boetes behoren nu al tot de hoogste van Europa. Voor dit kabinet is dat niet voldoende en dus worden de verkeersboetes fors verhoogd. Een kleine vergissing in het verkeer, kan u honderden euro’s kosten.
Zoals gezegd, boetes krijgen steeds minder het karakter van een waarschuwing en worden een ware inkomstenbron voor de Staat.
Waar houdt het op?
Iedere verhoging afzonderlijk wordt netjes uitgelegd; een beetje meer voor het klimaat, een aanpassing vanwege inflatie, een tijdelijke korting die afloopt en een belasting die ‘eerlijker’ moet worden gemaakt. De gewone automobilist kijkt niet naar al die losse uitleg. Die ziet aan het einde van de maand maar één ding: er blijft steeds minder geld over.
En dat roept een ongemakkelijke vraag op. Als straks alleen mensen met een ruime portemonnee zich nog zorgeloos per auto kunnen verplaatsen, wat betekent vrijheid dan nog?
Vandaag wordt autorijden duurder, morgen wordt wonen duurder. Overmorgen is , verwarmen aan de beurt en vervolgens worden vliegen, sparen of simpelweg boodschappen doen gewoon duurder. Steeds komt er ergens een heffing, toeslag of belasting bij. De burger mag betalen en krijgt vervolgens te horen dat het allemaal (vanwege een falend overheidsbeleid?) noodzakelijk is.
Natuurlijk moeten wegen worden onderhouden en moet vervuiling worden teruggedrongen. Maar beleid moet ook betaalbaar en eerlijk blijven. De auto is voor miljoenen Nederlanders geen luxe maar een noodzaak, maar daar heeft Den Haag geen oren naar..
Misschien moet Den Haag zich daarom eens iets minder afvragen hoeveel geld er nog bij de automobilist te halen valt. Een hele belangrijkere vraag is: Hoeveel kan de Nederlander eigenlijk nog hebben?
Bronnen:
- Prinsjesdag gepresenteerde kabinetsplannen voor 2027. Rijksoverheid – Prinsjesdag 2026
- Autoblog
- MSN










