Door Jos de Jong - NLMagazine/Privacy & Vrijheid - Een gesprek met je partner, een vertrouwelijke mededeling aan een vriend of een ongezouten mening in een besloten chat. Dat moet toch allemaal kunnen zou je denken want wat je privé deelt, hoort ook privé te blijven.
Het klinkt zo vanzelfsprekend, maar maak je borst maar nat, dat is allang niet meer het geval; die zekerheid verdwijnt heel snel voor zover die al niet voor een heel groot deel is verdwenen.
Overheden en technologiebedrijven ontwikkelen steeds meer mogelijkheden om digitale gesprekken te doorzoeken, te beoordelen en aan personen te koppelen. Daarmee komt een belangrijk grondrecht in gevaar, namelijk het recht om met anderen te communiceren zonder dat er voortdurend een of andere onzichtbare controleur over je schouder meekijkt.
Europa, dé kampioen controledrift
Onder mooie woorden als ‘veiligheid’, ‘bescherming’ en ‘bestrijding van desinformatie’ worden steeds meer regels voorbereid die toezicht op burgers mogelijk maken. Europa loopt daarbij voorop. Nederland doet vervolgens ijverig zijn best om opnieuw het beste jongetje van de Europese klas te zijn en de nieuwe regels zo snel mogelijk uit te voeren.
Een bekend voorbeeld is Chat Control. Het officiële doel klinkt terecht en noodzakelijk dat met deze controle kinderen worden beschermd tegen seksueel misbruik. Niemand kan daar redelijkerwijs tegen zijn, toch? Maar het beschermen van kinderen mag nooit worden misbruikt als vrijbrief om de privéberichten van honderden miljoenen onschuldige burgers te controleren.
Zodra allerlei (dubieuze) systemen onze berichten technisch kunnen bekijken, herkennen en beoordelen, ontstaat onvermijdelijk de vraag ‘Waar gaan ze straks in vredesnaam nog meer naar zoeken?’ Naar vermeende desinformatie? Ongewenste politieke standpunten? Kritiek op de regering? Religieuze overtuigingen? Verzet tegen Europees beleid? Of uitspraken die vandaag zijn toegestaan, maar morgen ineens als schadelijk worden aangemerkt? Je moet dus goed gaan uitkijken wat je allemaal zegt of schriftelijk communiceert. Het wordt echt ‘oppassen geblazen!’
Van bescherming naar nóg permanente bewaking
Het werkelijke gevaar zit niet alleen in wat een systeem kan lezen, maar vooral in wat er vervolgens met die informatie kan gebeuren. Wordt iemand als een mogelijk risico geregistreerd? Worden berichten minder zichtbaar gemaakt? Kan een werkgever worden geïnformeerd? Kunnen banken, verzekeraars of overheidsinstanties conclusies trekken uit iemands uitspraken? En wie bepaalt eigenlijk wat verdacht, schadelijk of onaanvaardbaar is?
De geschiedenis leert dat controlemaatregelen zelden kleiner worden. Een systeem dat voor één uitzonderlijk doel wordt ingevoerd, kan later eenvoudig voor andere doeleinden worden gebruikt. De techniek is er tenslotte al.
Ook in Nederland bestaan plannen om de politie meer ruimte te geven voor het verzamelen van openbaar toegankelijke onlineberichten wanneer een verstoring van de openbare orde wordt gevreesd. Opnieuw klinkt de verklaring geruststellend, maar ook hier geldt ‘Wie bewaakt de bewakers en waar eindigt deze verzameldrift?’
Surveillance veroorzaakt vanzelf censuur
Wanneer men weet dat een overheid, bedrijf of algoritme kan meelezen, gaat men vanzelf anders schrijven. Men aarzelt, kiest voorzichtigere woorden, laat een scherpe mening achterwege of men besluit om vooral maar helemaal niéts meer te zeggen. Zo ontstaat censuur en leggen burgers zichzelf het zwijgen op uit angst om verkeerd te worden begrepen, geregistreerd of beoordeeld.
Dat is volgens mij echt een van de gevaarlijkste vormen van controle; een samenleving waarin mensen formeel nog vrijheid van meningsuiting hebben, maar die vrijheid uit voorzichtigheid niet langer durven te gebruiken.
Privacy is geen gunst van de overheid
We horen voortdurend dat iemand die niets verkeerd doet, ook niets te verbergen heeft. Dat is een misleidende redenering. Privacy is niet bedoeld om misdadigers te beschermen, maar is er om gewone mensen te beschermen tegen instellingen die steeds meer over hen willen weten.
Niet de burger moet voortdurend bewijzen dat hij onschuldig is, maar de overheid moet uitleggen waarom zij toegang denkt te mogen krijgen tot het persoonlijke leven van miljoenen mensen die nergens van worden verdacht.
Grenzen stellen
Veiligheid is belangrijk, bescherming van kinderen is onmisbaar. Maar een samenleving waarin iedereen permanent wordt gecontroleerd, is in feite helemáál niet veilig. Het is een samenleving waarin macht zich steeds verder uitbreidt en de burger steeds minder ruimte overhoudt. Vandaag worden onze berichten misschien gescand om een afschuwelijk misdrijf te bestrijden, maar morgen kan diezelfde techniek worden ingezet om onze meningen, overtuigingen en contacten te beoordelen.
En daarom moeten we nu grenzen stellen. Niet pas wanneer de controlesystemen eenmaal volledig zijn ingevoerd en aan onze identiteit, bankrekening en digitale dossiers zijn gekoppeld. Dan zijn we domweg gewoon te laat.
Wie vrijheid en privacy wil behouden, zal zich moeten uitspreken voordat zwijgen de enige veilige keuze wordt.










