Cultuur Uitgaan Entertainment Media Lifestyle
Typography
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

het lot van onfortuinlijke, Amsterdamse zeelieden - NLMagazine/Amsterdam, Mensenhandel - Voor zeelieden uit Amsterdam was een reis over de Middellandse Zee nooit zonder risico. Er lagen namelijk zeeschuimers op de loer. Wie door kapers werd overmeesterd, kon als tot slaaf gemaakte in Noord-Afrika, het Ottomaanse Rijk of op een Franse galei belanden.

In de zeventiende eeuw was Amsterdam het kloppende hart van de Nederlandse scheepvaart. Dagelijks voeren schepen uit naar de Oostzee, de Middellandse Zee, Afrika en Azië. Voor de bemanningen betekende dat niet alleen handel en avontuur, maar ook gevaar. Op zee lagen kapers op de loer, vooral uit Algiers, Tunis, Tripoli en Salé. Barbarijse zeerovers.

Mensenhandel

Wanneer een schip werd overmeesterd, verdwenen de opvarenden in gevangenschap. Zij werden verkocht als slaven. Waar Nederlanders in de koloniën de rol van slavenhandelaar en plantagehouder hadden, waren zij hier juist het slachtoffer van mensenhandel. Iets met een koekje van eigen deeg?

Aan het werk gezet

Voor de gevangenen begon een onzeker bestaan. Sommigen moesten zware arbeid verrichten in havens, steengroeven of werkplaatsen. Anderen werden ingezet als roeier op Franse galeischepen of werkten in huishoudens van welgestelde families. Hun vrijheid was verdwenen en hun toekomst hing af van één vraag. Zou iemand genoeg geld bijeenbrengen om hen vrij te kopen?

Gekleurde gravure van een Franse galei (27 paar roeispanen) gebouwd volgens het ontwerp dat vanaf het begin van de 17e eeuw in het Middellandse Zeegebied gangbaar was, door Henri Sbonski de Passebon, 1690

Christelijke gevangenen worden op een plein te Algiers als slaaf verkocht, door Jan Luyken, 1684

Losgeld

Vrijwel iedere Amsterdamse koopmansfamilie kende wel iemand die op zee voer. In notariële archieven zijn talloze brieven, verklaringen en verzoeken terug te vinden van familieleden die probeerden een verdwenen vader, zoon of echtgenoot terug te halen. In de stad ontstonden particuliere initiatieven om geld in te zamelen voor losgeld. Kooplieden, kerken en liefdadigheidsinstellingen werkten samen om gevangenen vrij te kopen en terug naar huis te brengen. En ook het stadsbestuur van Amsterdam hielp mee.

178 mensen bevrijd

Soms lukte dat. Een bekend voorbeeld is de diplomatieke missie van Thomas Hees naar Algiers in 1682. Daarbij werden 178 christelijke tot slaaf gemaakten vrijgekocht. Na hun terugkeer reisden zij naar Amsterdam, waar zij in het stadhuis op de Dam, het huidige Koninklijk Paleis, de burgemeesters bedankten voor hun bevrijding. De gebeurtenis werd vereeuwigd in een prent van Jan Luyken.

Ontsnapping

Niet iedereen had dat geluk.Sommige tot slaaf gemaakten brachten tientallen jaren in gevangenschap door. Anderen overleden voordat hun familie voldoende geld had verzameld. Er waren ook mensen die erin slaagden te ontsnappen. Verhalen over spectaculaire vluchtpogingen, gevaarlijke reizen terug naar huis en onverwachte herenigingen maakten diepe indruk op tijdgenoten en werden regelmatig opgeschreven en doorverteld.

Het schilderij Verloste christenslaven bedanken de burgemeesters van Amsterdam voor hun bevrijding, door Jan Luyken, 1683

Maria ter Meetelen

Bijvoorbeeld door de Amsterdamse Maria ter Meetelen. Zij werd in 1704 geboren in Amsterdam en was een avontuurlijke vrouw die al op jonge leeftijd haar eigen weg ging. Tijdens een reis naar Nederland werd het schip waarop zij zat in 1731 gekaapt door Marokkaanse zeerovers. Maria en haar man werden meegenomen naar Marokko, en daar tot slaaf gemaakt en verkocht. Haar man overleed kort na aankomst, waardoor Maria er alleen voor kwam te staan.

Niet te breken

Maria liet zich echter niet zomaar breken. Ze probeerde haar eigen leven zo goed mogelijk vorm te geven en wist een bijzondere positie te krijgen onder de andere slaven. De sultan van Marokko, Moulay Abdallah, had belangstelling voor haar en wilde dat zij deel zou gaan uitmaken van zijn harem. Maria weigerde dit en hield vast aan haar geloof en haar eigen keuzes.

Meer vrijheid

Uiteindelijk kreeg zij toestemming om te trouwen met de Nederlandse slaaf Pieter Jansz. Iede. Door haar moed, slimheid en goede contacten aan het hof kreeg zij meer vrijheid dan veel andere tot slaaf gemaakten. Zo mocht zij uiteindelijk een herberg beginnen waar ze drank verkocht. Daarmee wist ze zichzelf en haar gezin beter te beschermen in een moeilijke periode van 12 jaar gevangenschap.

Boek geschreven

In 1743 werd Maria samen met haar gezin vrijgekocht en keerde ze terug naar Nederland. Een paar jaar later schreef ze haar levensverhaal op in Wonderbaarlyke en merkwaardige gevallen van een twaalf jarige slaverny, van een vrouspersoon, genaemt Maria ter Meetelen. Haar boek is nog altijd een belangrijk historisch verslag van gevangenschap en het leven tussen verschillende culturen in de achttiende eeuw.

Het schilderij Geestelijke en Noord-Afrikaanse leider met christenslaven, door Jan Luyken, 1684. De christelijke geestelijke links houdt een stokbeurs vast met daarin losgeld voor het vrijkopen van Europese tot slaafgemaakte mannen in Noord-Afrika. Rechts een Noord-Afrikaanse leider. Op de achtergrond tot slaaf gemaakten die worden gemarteld, met gereedschap, schepen en een havenstad

Gelijke munt

De geschiedenis kent bovendien opvallende ironieën. Zo werd de Amsterdamse koopman Nicolaas Paravicini, die eerder zelf betrokken was bij de handel in tot slaaf gemaakte Afrikanen, tijdens een reis naar Angola gevangen genomen door Algerijnse kapers. Hij belandde vervolgens zelf in slavernij in Noord-Afrika. Boontje komt om zijn loontje. Gelijke munt, zou u kunnen stellen.

Ottomanen

Een ander bijzonder verhaal vond plaats op 23 december 1690. Op die dag verschenen 4 mannen bij notaris Dirk van der Groe, in een kantoor vlak bij de Beurs van Hendrick de Keyser aan het Rokin. Ibrahim, Alij, Saleh en Usein waren voormalige galeislaven. Jarenlang hadden zij gewerkt op Franse galeien. Ibrahim had achttien jaar gevangenschap achter de rug, Alij zeven jaar en Saleh twaalf jaar. De mannen waren afkomstig uit het Ottomaanse Rijk en hadden eerder op koopvaardijschepen gevaren.

Verklaring

Nadat zij gevangen waren genomen, waren zij als slaven verkocht aan de Franse galeien. Uiteindelijk wisten zij uit hun gevangenschap te ontsnappen en bereikten zij de Republiek. In Amsterdam werden zij geholpen met voedsel, kleding en reisgeld, zodat zij konden terugkeren naar hun vaderland. Maar voordat ze vertrokken, lieten ze bij Van der Groe een verklaring opstellen. Een persoonlijke getuigenis, maar ook bewijs dat de Amsterdammers goed waren omgegaan met vrijgekomen gevangenen. De mannen hoopten dat hun verklaring de behandeling van Nederlandse tot slaaf gemaakten in het Ottomaanse Rijk zou verbeteren.

Bewaard in archieven

De dreiging van gevangenschap bleef eeuwenlang een tastbare realiteit voor zeevaarders. In de stadsarchieven vindt u smeekbeden, losgeldverzoeken en verklaringen van teruggekeerde gevangenen. Deze documenten geven een inkijkje in een geschiedenis die zich afspeelde op zee, in Noord-Afrikaanse havens, en in de straten en huizen van onze stad.

Beeld: Rijksmuseum en Wikimedia

Quote

Uitgaan nu.nl

Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

e-Matching