NLMagazine, veiligheid - Staatssecretaris Rummenie laat er geen twijfel over bestaan: als Nederland wil begrijpen welke wolven een gevaar kunnen vormen, moet er worden gezenderd. Alleen zo krijgen we zicht op het gedrag van de dieren die grenzen opzoeken. Maar eenvoudig is het allerminst, het juridische doolhof rond het vangen en volgen van wolven blijkt bijna net zo ondoorgrondelijk als de dieren zelf.
De staatssecretaris ziet hoe de spanning in dorpen en buitengebieden toeneemt. Steeds vaker worden wolven gezien vlak bij woningen, boerenerven en huisdieren, en die nabijheid zorgt voor nerveuze inwoners en een groeiende druk op lokale bestuurders. Provincies en gemeenten proberen daarom met volle inzet incidenten te voorkomen en snel in te grijpen zodra er gevaar dreigt.
Zorgen en wat gebeurt er
Dat de zorgen groot zijn, bleek eind september al, toen een groep burgemeesters een brandbrief naar Den Haag stuurde. Hun boodschap was onmiskenbaar: het aantal wolven groeit, en daarmee ook de risico’s voor mens en dier.
Maatregelen
Een van de meest veelbelovende maatregelen is het uitrusten van wolven met een zender. Door ten minste één ouderdier per roedel te volgen, de natuurlijke leiders die het territorium bepalen—kan duidelijk worden hoe groepen zich gedragen, waar ze naartoe trekken en welke dieren daadwerkelijk risico’s vormen. Zo’n realtime inkijk in het wolvenleven moet helpen om sneller te reageren op verplaatsingen en mogelijke incidenten.
Consequenties
Maar achter de schermen stapelen de regels zich op. Het plaatsen van een zender raakt aan de Wet op de dierproeven, de Europese Habitatrichtlijn, waarvoor provincies aparte ontheffingen moeten afgeven, én specifieke EU-wetgeving rond het vangen van wilde dieren. Het gebruik van pootklemmen of andere vangmethoden mag alleen onder strikte voorwaarden, doorgaans uitsluitend voor onderzoek dat de instandhouding van soorten dient. Pas recent hebben WUR en de Zoogdiervereniging onherroepelijke ontheffingen gekregen om wolven te mogen zenderen. In Utrecht is er zelfs al formeel toestemming verleend, al is er nog geen enkele zender om een wolvennek beland.
Rummenie vindt dat de informatie die met deze onderzoeken wordt verzameld niet in een la mag verdwijnen. Volgens haar moet de kennis niet alleen wetenschappers bereiken, maar juist ook bestuurders en veiligheidsdiensten die incidenten moeten voorkomen. Over die samenwerking met gemeenten, provincies en burgemeesters wil ze verder in gesprek.
Hoewel de provincies verantwoordelijk blijven voor structurele programma’s, waarschuwt ze dat een landelijke blauwdruk waarschijnlijk te grofmazig zal zijn. De wolven laten zich immers niet in één nationaal hokje duwen en de aanpak misschien ook niet.










