… en deze doet het wel héél indrukwekkend… - Door Jos de Jong - NLMagazine / Astronomie - Stel je voor: een ster die aan het einde van haar leven een gigantische gasbel blaast, zo groot dat ze bijna de helft van ons zonnestelsel beslaat. Dat klinkt als sciencefiction, maar het is pure realiteit. Astronomen staan voor een raadsel.
Het begon allemaal met een mysterieuze ontdekking. Rondom een relatief zwakke rode superreus – DFK 52 – zweeft een immense bubbel van gas en stof. Veel te groot voor een ster van dit kaliber, zo menen sterrenkundigen,. “Hoe kan zo’n kleine reus zó’n knappe bel blazen?” vraag je je af…En dat is nu precies wat astronomen nu wakker houdt.
De allergrootsten onder de sterren
Rode superreuzen zijn de grootste sterren in het universum en zijn ware zwaargewichten. Ze zitten in hun laatste levensfase, waarin ze hun brandstof vrijwel hebben opgebruikt. Vlak voor ze als supernova uit elkaar knallen, blazen ze enorme hoeveelheden gas en stof de ruimte in. Die uitstoot vormt een soort kosmische zeepbel rond de ster, het zogeheten circumstellaire medium.
Maar wat astronoom Mark Siebert (Chalmers-universiteit, Zweden) en zijn team ontdekten, tart alle verwachtingen. De bubbel rond DFK 52 is zo’n 50.000 keer de afstand tussen de aarde en de zon. Een absoluut record en vrijwel niet te bevatten. Hoe is dit überhaupt mogelijk?
Een mysterie in de sterrenhemel
DFK 52 is geen krachtpatser. Integendeel, de ster is relatief zwak en straalt niet bepaald energie uit alsof ze vuurwerk aan het voorbereiden is. “We hebben geen idee hoe zo veel materiaal eruit kan zijn geslingerd,” zegt Siebert. En dat maakt het mysterie alleen maar interessanter.
Eerdere waarnemingen toonden niets bijzonders. Totdat het team de ster bestudeerde met ALMA, een ultragevoelige telescoop in Chili. Plots dook er een veel grotere, complexe structuur op, zichtbaar in het koude, oude materiaal rond de ster. Er bleken zelfs stromingen van kleinere bellen èn een mysterieuze ringvormige ‘balk’ te zijn, die zich met 30 kilometer per seconde uitbreidt. Volgens berekeningen ontstond die structuur zo’n 4000 jaar geleden – maar wat er toen precies gebeurde? Niemand weet het.
Wie of wat zit hierachter?
De grote vraag blijft waar toch die energie vandaan komt. Misschien was de ster ooit veel helderder en is ze nu afgezwakt, maar dat past weer niet echt in het bekende gedrag van rode superreuzen. Een andere optie kan zijn dat er een tweede ster ooit dicht om DFK 52 heen draaide, of zelfs in haar buitenlagen wegzonk. Die zou dan het gas kunnen hebben weggeslingerd. Alleen, in dat geval zou de bubbel veel symmetrischer moeten zijn. En dat is ze duidelijk niet.
Rara, wie het weet mag het zeggen…
Bron: New Scientist










