Column door Fred van Assendelft - NLMagazine/Columns - De hele week waren ze al zenuwachtig, mijn twee kleinzoons Forrest en Ariko van zeven en vijf jaar. Ze zouden in de hardloopwedstrijd voor kinderen van vijf tot acht lopen, in de feestweek in ons dorp was een parkoers van een kilometer voor ze afgezet. Thuis hadden ze al getraind met hun vader, belangrijk, want hoe verdeel je je krachten over zo’n afstand.
Daar staan ze, popelend van ongeduld, vooraan bij de startlijn. Ze moeten nog een paar minuten wachten want precies om 19.00 uur mogen ze pas weg.
Dan komt het grote moment: een echt startpistool gaat omhoog, ze staan in de starthouding, het aftellen begint: drie – twee – een – PANG ! en weg zijn ze.
Voor ouders en grootouders begint het wachten, ook vol spanning. Halen ze het wel ? Hoe komen ze over de meet ?
Het duurt niet lang. Daar verschijnen de eerste kinderen al om de bocht en ook de jongste kleinzoon zit in de kopgroep. Dat hij hard kon lopen hadden we al gezien bij zijn voetbalclub, maar hij is nu een van de jongste van de groep kinderen, dan sta je toch versteld.
Op de finishlijn staan vrijwilligers om alle deelnemers een medaille om te hangen, ze hebben allemaal gewonnen, maar Ariko weet te vertellen dat hij vierde was en is apetrots. Ook Forrest komt al gauw over de streep en neemt met een brede lach zijn medaille in ontvangst.
Maar je ziet ook kinderen huilend over de streep wankelen; zij hebben te veel van hun krachten gegeven en moeten door hun ouders getroost en opgelapt worden. Gelukkig staan ze na een paar slokken water en troostrijke woorden alweer gauw stralend hun medaille in ontvangst te nemen.
Als we dan een paar dagen later in het plaatselijke krantje een foto zien waarop de jongens staan, is het helemaal een feest. ‘We staan in de krant’, hoor ik ze roepen. Een prachtig evenement en de mannetjes willen allebei volgend jaar weer meedoen.
Alle kinderen hebben een medaille gewonnen, ze zijn trots op zichzelf en zo hoort het ook, voor kinderen.









