Column door Fred van Assendelft - NLMagazine/Columns - Helemaal gek was ik, van voetballen, maar dan niet van Argentinië tegen Spanje, nee, zelf voetballen, dat was mijn lust en mijn leven. Ik voetbalde op straat, op een landje of op een echt voetbalveld. Ik was tien en het voelde alsof ík wereldkampioen kon worden.
Als het schoolvakantie was, ging ik ’s morgens al naar het sportveld, een kwartiertje lopen van ons huis. Soms kreeg ik wel een stuiver mee om wat lekkers te kopen, en een keuze dat je had: een pakje Bazooka kauwgom of tien dubbelzoute dropjes, twee voor en cent, of twee spekkies.
Voor de snoepwinkel stond ik al minutenlang na te denken wat het zou worden. De kauwgom was erg aantrekkelijk, je had er de hele ochtend plezier van en er zat nog een klein stripverhaaltje als wikkel om het pakje. Maar tien dubbelzoute dropjes zijn ook niet te versmaden.
De dropjes van toen bevatten keukenzout (natriumchloride) en salmiakzout (ammoniumchloride, NH4Cl), in totaal waarschijnlijk 50 mg zout per dropje. Met tien dropjes kreeg ik dus een halve gram zout naar binnen. Dat viel nog mee, dat was minder dan ik thuis bij een gemiddelde maaltijd naar binnen kreeg. Het leek toen veel zouter omdat de salmiak direct op je tong ‘beet’.
De kauwgom van toen en de spekkies waren vooral heel suikerrijk.
En dan kon je voetballen. Meestal waren er wel al een paar vrienden op het veld en al gauw, na een beetje intrappen, was het partijtje spelen. Het liefst stond ik op doel, keepen vond ik erg leuk, maar er waren meer liefhebbers. Over het algemeen werd het doelverdedigen in der minne geschikt, maar een enkele keer was er na het poten door de potentiële keepers (het tegenover elkaar staan, halve en hele voeten en teentjes naar elkaar toe en wie de laatste hele voet ertussen kon zetten, die won) toch een verschil van mening wie er mocht keepen. Dan gaven andere methoden de doorslag, waarbij het bijna altijd voldoende was om iets groter (en sterker) te lijken dan de tegenstander.
Tussen de middag gauw even naar huis om wat te eten en een uurtje later stond je alweer op het veld. Vermoeidheid ? Wat was dat ? Daar had ik toen nog nooit van gehoord. Er waren destijds maar twee dingen die echt telden, voetballen en snoep.









