Column Fred van Assendelft
Typography

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Column door Fred van Assendelft - NLMagazine/Columns - Mijn zusje en ik mochten niet met onze directe buurkinderen spelen. Mijn ouders vonden de buren te min voor ons. Mijn vader noemde zich per slot van rekening boekhouder en mijn buurman was slechts stratenmaker. Witte boorden versus blauwe boorden.

In de tijd dat ik opgroeide, de jaren vijftig van de vorige eeuw, verschoof de economie langzaam van industrie naar diensten. Dit maakte het aantal witteboordenbanen groter, wat leidde tot nieuwe kansen, maar ook spanningen tussen de klassen.

Buurman stratenmaker had vier kinderen en die moesten van de buitenlucht genieten, vond de buurvrouw. Hun kinderen liepen daarom vaak op straat en speelden daar. Wij daarentegen waren netjes gekleed, we moesten onze stand ophouden en we mochten ons niet vuil maken, dat zou ten koste gaan van onze kleding en zo ruim hadden mijn ouders het niet. De stratenmaker werkte op tarief, was heel snel in z’n vak en verdiende dus heel behoorlijk. Dat wrong een beetje.

In de jaren 1950 en 1960 veranderde de Nederlandse samenleving ingrijpend door de economische groei en de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Deze periode wordt ook wel de “Gouden Jaren” genoemd. De massaproductie maakte consumentengoederen (auto’s, televisies, koelkasten) betaalbaarder voor een breder publiek. Hierdoor konden ook arbeiders (blauwe boorden) meedoen aan de welvaart, wat eerder alleen voorbehouden was aan de midden- en hogere klassen (witte boorden).

Mijn ouders dateren van voor WO 1 en hadden nog echt het klassenverschil van witte- en blauwe boorden in het hoofd. Na WO 2 konden blauwe boorden door betere opleidingen en de groeiende vraag naar geschoolde arbeid opschuiven naar het (salaris)niveau van de witte boordenbanen. Vooral voor mijn vader, die zich ontwikkelde door veel te lezen en zich mede daardoor verheven voelde boven de arbeidersklasse, stak dat enorm.

De kinderen van de stratenmaker speelden veel op straat en hun neusjes werden daardoor minder door hun moeder afgeveegd dan onze neusjes. Daarom kregen zij van mijn ouders een denigrerende titel en wij mochten niet met ze spelen, met die snotneuzenkinderen.

Fred van Assendelft

 

Inmiddels gepensioneerd leraar Engels en Nederlands.
Om niet de hele dag achter de geraniums te hoeven doorbrengen geef ik nog steeds les: privélessen.
Nederlands voor anderstaligen.

Ook heb ik eindelijk de tijd om te schrijven wat ik leuk vind en dat doe ik in de columns van NL Magazine.
Ik hoop dat de lezers er net zoveel plezier in hebben als de schrijver, ik dus.