Column Fred van Assendelft
Typography

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Column door Fred van Assendelft - NLMagazine/Columns - In de (Nederlandse) literatuur is de godsdienst een steeds weer terugkerend thema bij veel schrijvers. Tijdens mijn studie Nederlands deed ik onderzoek naar schrijvers die veel of vaak over dit fenomeen schreven. Ik laat het, verkort, maar geactualiseerd, nog eens de revue passeren.

Multatuli (1820-1887) gebruikt religie als politieke aanklacht: de vrome calvinist Droogstoppel in de Max Havelaar (1860) belichaamt hoe christelijke burgerdeugd dienstbaar is gemaakt aan koloniaal onrecht.
In de Ideeën (vanaf 1862) rekent Multatuli expliciet af met het christendom als instituut. Hij ziet religie als instrument van de machthebbers om de onderdrukten passief te houden: het lijden wordt beloond in het hiernamaals, zodat opstand uitblijft.

W.F. Hermans (1921-1995) ziet Religie als een illusie, als een nihilistische afrekening. In Ik heb altijd gelijk (1951) is Lodewijk Stegman een agressief atheïst die het katholicisme en zijn aanhangers met vernietigende ironie aanvalt. Het boek veroorzaakte een schandaal en Hermans werd voor de rechter gedaagd door katholieke organisaties. In De donkere kamer van Damokles (1958) vindt het lot of de oorlog zonder duidelijk doel of reden plaats, de zogenaamde blinde providence, de blinde voorzienigheid: er is geen goddelijke hand die het lot stuurt, toeval en verraad bepalen wie overleeft. Als God bestaat, dan is de oorlog het bewijs van zijn sadisme of zijn afwezigheid. Hermans kiest voor het laatste: de wereld is een machine zonder bestuurder.

Gerard (van het) Reve (1923-2006) vond God een geliefde die hij wilde bezitten en door wie hij bezeten wilde worden. In Nader tot U (1966) staat het verhaal waarin God hem verschijnt als ezel waarmee hij gemeenschap heeft. Het werd een schandaal, maar Reve stelde het serieus te menen als religieuze extase. Het boek De taal der liefde (1972) zijn brieven aan God en aan geliefden door elkaar. De grens tussen religieuze devotie en erotische overgave verdwijnt volledig.

Bij Jan Wolkers (1925–2007) is de religie een trauma, het calvinisme een vijand van het lichaam. In Kort Amerikaans (1962) en Turks Fruit (1969), maar ook in andere boeken botst het strenge calvinisme van zijn jeugd voortdurend met seksueel verlangen. God is afwezig of wreed. Het calvinistische schuldgevoel over lust en seksualiteit spookt door zijn boeken.

Maarten ’t Hart (1944) ervaart God als iemand die zwijgt. Hij worstelt met zijn orthodox-christelijke achtergrond en in Een vlucht Regenwulpen (1978) worden gebeden niet verhoord, biedt de kerk geen troost en is de leegte achter het geloof voelbaar. Waar de officiële religie faalt geeft de muziek (Bach) een alternatief. De Aansprekers (1979) laat Maassluis zien waar geloof een sociale code is, geen innerlijke overtuiging. Hij laat rouwenden een ritueel doorlopen zonder dat ze werkelijk geloven dat het helpt.

Adriaan van Dis (1946) ziet religie als een koloniaal christendom met veel littekens. In Nathan Sid (1983) contrasteert de christelijke opvoeding van Nathans vader met de seculiere, multiculturele realiteit. Bijbelse motieven zoals exil en het beloofde land worden gebruikt om de identiteitszoektocht van Nathan (de alter ego van Van Dis ?) te versterken. Het is een metafoor voor de Nederlands-Indische repatrianten die nooit echt "thuis" kwamen.
Indische duinen (1994): De personages zoeken troost in de rituelen, maar twijfelen aan de boodschap: ‘Karma, dat was je lot, de grote lijnen lagen vast.’ Het sluit aan bij Van Dis' eigen atheïsme: ‘Natuur, geen god, geen reïncarnatie, de mens als een chemisch proces, dat en niks anders.’ Van Dis erkent de kracht van het verhaal, maar niet de waarheid van het geloof.

Wat opvalt als je ze naast elkaar legt, zijn de heel verschillende houdingen over hetzelfde onderwerp:

Multatuli gebruikt religie als politieke aanklacht.

Wolkers en Hermans zijn ronduit vijandig — religie is voor hen een systeem van onderdrukking of zelfbedrog.

Maarten 't Hart is de meest genuanceerde: hij is zelf opgegroeid in een zwaar gereformeerd milieu en schrijft vanuit een diepe vertrouwdheid. Hij valt het geloof niet aan van buitenaf, maar laat de inwendige tegenstrijdigheid zien — mensen die geloven en tegelijk voelen dat God zwijgt.

Gerard Reve is het meest onverwacht: hij omarmt het katholicisme juist, maar op een manier die de kerk zelf schokte. Zijn gebed en zijn erotiek zijn onontwarbaar met elkaar verweven.

Van Dis: bij hem is religie een erfenis die beschadigd is door de koloniale geschiedenis en de Japanse bezetting.
Er zijn ongetwijfeld meer voorbeelden te geven. Weet u ze ? Ik vind het leuk om van u te horen over religie in de literatuur.

Fred van Assendelft

 

Inmiddels gepensioneerd leraar Engels en Nederlands.
Om niet de hele dag achter de geraniums te hoeven doorbrengen geef ik nog steeds les: privélessen.
Nederlands voor anderstaligen.

Ook heb ik eindelijk de tijd om te schrijven wat ik leuk vind en dat doe ik in de columns van NL Magazine.
Ik hoop dat de lezers er net zoveel plezier in hebben als de schrijver, ik dus.