Column Fred van Assendelft
Typography

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Column door Fred van Assendelft - NLMagazine/Columns - Toen mijn vader in 1920 startte met zijn werkzame leven, kwam voor het eerst het begrip weekend voor. Tot die tijd was alleen de zondag om religieuze redenen een vrije dag, en had zaterdag geen andere status dan maandag of dinsdag.

Nederland was conservatief en veel nieuwe woorden kwamen er niet. Mijn vaders generatie was in het algemeen wat behoudender dan de generaties erna. Woorden als trut, eikel, lul en klerelijer golden als taboewoorden en ook de woorden ongesteld en zwanger nam deze generatie liever niet in de mond. Er was minder gelegenheid om een eigen omgangstaal te creëren, want na de lagere school ging bijna iedereen meteen aan het werk. Daardoor misten die tijdgenoten fasen van socialisatie waar jongeren van latere generaties wel doorheen gingen.

Toen ik naar de lagere school ging (1952) kwam het woord bikini voor het eerst in de Nederlandse taal voor. In 1946 hielden de Amerikanen atoomproeven op het eiland Bikini. In datzelfde jaar ontwierp de Fransman Louis Réard (1897-1984) het eerste badpak in twee delen en noemt het een bikini. Het zwempak wordt omschreven als “een op de sterk explosieve atoombomproeven bij het eiland Bikini geïnspireerde naam voor een tweedelig, zeer weinig bedekkend damesbadpakje”.

Halverwege de jaren vijftig kwam de jeugdcultuur van de nozems op en werden nieuwe, lossere muziekstijlen zoals rock-’n-roll populair. Uit die periode is mieters het bekendste woord. Dit had oorspronkelijk een negatieve betekenis (van sodemieter), maar werd vanaf toen gebruikt om uit te drukken dat iets heerlijk of geweldig is. Ook woorden als bakvis (meisje in de puberteit), deksels (een zachte krachtterm), fuiven (feesten), pick-up (platenspeler), vetkuif (rock-’n-roll-haardracht), buikschuiver (bromfiets) en grutjes/goeie grutten (om verbazing uit te drukken) waren tekenend voor jongeren in de jaren vijftig.

De Dolle Mina’s (vanaf 1969) doorbraken het taboe op woorden als zwanger en ongesteld, maar ook op de pil. Vrijheid en losbandigheid werkten door in taal en gedrag. De jongeren in het eind van de jaren zestig stonden kortom aan de basis van de rebelsheid die jongerentaal nog steeds kenmerkt.

In de jaren zeventig en tachtig vernieuwde de taal onder meer door de sketches van Van Kooten en De Bie: woorden en uitdrukkingen als jemig de pemig, regelneef, positivo en doemdenken raakten in de mode.

De vlotte babbel van de Yuppies uit generatie X (geboren tussen 1965 en 1980) kreeg het label turbotaal. Uit die periode stammen ook de afko’s (af- en verkortingen), zoals depri (depressief) en popi (populair) en er komen nog altijd nieuwe afko’s bij, zoals noncha (nonchalant) en kowa (korte wandeling).

De millennials (1981 en 1996) vonden de aangename dingen van het leven cool, vet, strak, flex en relaxed. De opkomst van de computer en de mobiele telefoon leidden tot een nieuwe variant van het Nederlands, die ook wel sms-taal, chattaal of Korterlands werd genoemd. Men gebruikte yolo (you only live once) en w8ff (wacht even), maar ook minachtende uitdrukkingen als boeiuhhh en duh galmden over de schoolpleinen.

Na de eeuwwisseling hoorde je vooral in de Randstad steeds meer straattaal. Jongeren met verschillende taalachtergronden gingen het Nederlands mixen met andere talen, zoals Surinaams (Sranantongo), Papiaments, Turks, Marokkaans-Arabisch, Tamazight (Berbers) en Engels: paas me die afoe (geef me een trekje van je sigaret) en check die patta’s (kijk eens naar die schoenen).

De gen-Z-taal (1997 en 2012) werd sterk beïnvloed door online rolmodellen: artiesten, vloggers en influencers met veel volgers. Ze vinden dingen nice, sick en slay of juist cringe. TikTok-trends bepalen wat een vibe is in het modebeeld en in het taalgebruik van jongeren.

De laatste jaren is de taalontwikkeling wat conservatiever geworden onder invloed van de ‘manosfeer’, (online) subculturen van mannen die bekendstaan om hun machogedrag en hun antifeministische of seksistische opvattingen. Woorden als tradwife (vrouw die een traditionele rol op zich neemt) en looksmaxxing (het maximaliseren van fysieke aantrekkelijkheid) komen uit deze hoek.

Recent is een eigen woord-van-het-jaar-verkiezing van het Jeugdjournaal. In 2025 ging de winst naar 6-7 (six-seven), een uitdrukking die eigenlijk niks betekent.
Mijn vader zou ze niet bedacht hebben, maar het lijkt een nieuwe trend te zijn: modewoorden zonder duidelijke betekenis

Mede met behulp van teksten en blog van Kristel Doreleijers en Studio Het mes

Fred van Assendelft

 

Inmiddels gepensioneerd leraar Engels en Nederlands.
Om niet de hele dag achter de geraniums te hoeven doorbrengen geef ik nog steeds les: privélessen.
Nederlands voor anderstaligen.

Ook heb ik eindelijk de tijd om te schrijven wat ik leuk vind en dat doe ik in de columns van NL Magazine.
Ik hoop dat de lezers er net zoveel plezier in hebben als de schrijver, ik dus.