Column door Fred van Assendelft - NLMagazine/Columns - Veel teksten worden geschreven met behulp van Kunstmatige Intelligentie (Artificial Intelligence – kort: Ai) en om eerlijk te zijn, ik gebruik Ai ook wel eens. Soms echter zijn hele stukken letterlijk van een Large Language Model (LLM) overgenomen. Maar waaraan herken je een Ai-tekst en hoe weet je of een mens het geschreven heeft ?
Grote taalmodellen worden getraind op tekst uit het internet en aan die modellen wordt verteld om in formele taal te schrijven. Menselijke taal bevat veel, soms subtiele, taalkundige patronen van variatie en leesbaarheid. Menselijke tekst heeft vaak: onregelmatige emotie, soms te weinig woorden, soms te veel; echte persoonlijke details die niemand zou verzinnen en stijlbreuken met humor op onverwachte momenten.
Ai gebruikt daarentegen standaard taal, met een consistente, ‘gladde’ toon, die de voorkeur geniet in academische teksten, zonder emotionele pieken of dalen, we nemen het waar als robotachtig, zonder persoonlijke anekdotes of specifieke herinneringen en met herhalende structuren (bijv. altijd drie punten; altijd een inleiding en conclusie)
Een voorbeeld:
ik weet niet zeker hoe ik dit aan je moet vertellen, maar ik kan vrijdagavond niet. Sorry. Hoe dan ook, ik hoop eigenlijk dat jullie veel plezier hebben en hopelijk tot gauw.
Het spijt me echt, maar vrijdagavond red ik het niet. Ik hoop dat jullie allemaal een geweldige tijd hebben en ik zie jullie een volgende keer !
De eerst tekst is van een mens en geeft gevoel en onzekerheid aan (ik weet niet …). Het begint niet met een hoofdletter. Het Hoe dan ook is overbodig, net als het woordje eigenlijk. Toch straalt het warmte uit.
Stukje twee geeft een correcte, maar koele verontschuldiging en in plaats van het veel plezier komt het neutrale geweldige tijd.
Ai-teksten bevatten zelden spel- of grammaticafouten, er wordt vrijwel geen gebruik gemaakt van stopwoordjes zoals ‘nou’, ‘tja’, ‘eigenlijk’, ‘ofzo’, de zinnen zijn vaak van precies de juiste lengte, niet te lang, niet te kort en er wordt overmatig gebruik gemaakt van woorden als ‘bovendien’, ‘daarnaast’, en ‘het is belangrijk om te benadrukken …’
Nog een voorbeeld:
Jongeren ontwikkelen vaak een eigen taalregister dat verschilt van dat van oudere generaties. Dit is een bekend sociolinguïstisch verschijnsel dat samenhangt met de behoefte aan groepsidentiteit en sociale afbakening. Jongeren gebruiken nieuwe woorden en uitdrukkingen om zich te onderscheiden van de oudere generatie. Denk aan anglicismen en sociale media-taal die snel ingeburgerd raken. Taalverandering is een natuurlijk en onvermijdelijk proces. Elke generatie draagt bij aan de evolutie van de taal, wat de rijkdom en dynamiek ervan versterkt.
versus:
Mijn buurjongen van veertien zegt altijd "no cap" als hij iets meent. De eerste keer dacht ik dat hij het over een pet had. Mijn dochter legt dan geduldig uit, dat het betekent dat iemand de waarheid spreekt, maar ik merk dat ik het zelf nooit ga zeggen, het voelt gewoon raar in mijn mond. Taal is blijkbaar iets van je generatie. Mijn vader zei vaak ‘tof’ en ik vond dat als kind al ouderwets. Nu zeg ik het zelf ook soms, zonder het te merken. Grappig hoe dat gaat. Ik denk dat jongeren gewoon een eigen code willen, iets wat van hén is. Zodra wij het overnemen, is het voorbij.
U mag zelf raden welke de menselijke versie is en wat Ai is gegenereerd. Mij lijkt het duidelijk, Ai-taal versus menselijke taal.









