Column door Fred van Assendelft - NLMagazine/Columns - Als je wat ouder wordt en je wilt dat samen graag, krijg je meestal kinderen. Als je nog ouder wordt, ook als je het niet wilt, krijg je vaak kleinkinderen. Daar hebben toekomstige opa’s en oma’s niets over te zeggen en dat is maar goed ook.
Wij zijn inmiddels zo oud dat we kleinkinderen hebben, vier. En eigenlijk is het ontzettend leuk maar ook heel vermoeiend. Mijn vrouw noemt ze de feestverlichting als ze komen. Het is een feest als ze er zijn en een verlichting als ze weer weggaan.
Het mooist vind ik de uitspraken die ze doen. Zo eerlijk en open en zo ontwapenend. Ik zal geen boekje schrijven in de trant van ‘Juf, die vlinder heeft mijn pyjama aan’, maar een paar uitspraken en wijsheden wil ik u toch niet onthouden.
We zijn een weekje naar Spanje met F. van bijna 5. Hij zit op het toilet en vraagt of ik zijn billen kan komen afvegen. Als ik informeer wie dat op school doet, zegt hij : “Ikzelf”. Op mijn vraag waarom hij dat dan nu niet doet, antwoordt hij: “ Ik ben nu met vakantie”.
S. van vier is een echte meid die heus wel weet waar de kinderen vandaan komen. Die zitten in hun mama d’r buik, ze heeft het vaak genoeg gezien, maar op de vraag of ze zelf ook kinderen wil is het resolute antwoord: “Ik wil later geen baby’tjes, want dan moet ik m’n speelgoed delen.”
We noteren altijd in het oppas-schriftje wat er die dag gedaan en gebeurd is en A. weet dat omdat hij soms even moet wachten, bijvoorbeeld na het eten. Dan wordt er opgeschreven hoeveel er is geconsumeerd en ook wat hij lekker vond of juist niet en dan kan er niet direct aandacht voor hem zijn. Nu dicteert de bijna vierjarige: “Ik moet plassen, Opa, schrijf je het even op.
Als A. bij S. thuis een nachtje blijft logeren, kijkt A. wat beteuterd als zijn vader vertrekt. S. troost hem: “Jouw papa blijft altijd jouw papa hoor” en ze slaat een arm om hem heen. Zo lief !
We gaan naar een vriendin in Frankrijk die met een groot feest haar tachtigste verjaardag wil vieren. Onderweg vraagt S. aan de lopende band over de mensen daar, maar vooral over de jarige wil ze wat weten. Ze begint met: “Ik ben al vier.” en gaat dan verder met de vraag: “Hoe oud wordt die mevrouw ?” “Tachtig jaar”, antwoorden we in koor. “Oh”, meent S, “maar dan gaat ze gauw dood.” Daar hadden wij even niet van terug, ontwapenend, die kleinkinderen.









