Column door Fred van Assendelft - NLMagazine/Columns - Het lijkt wel of Nederlanders de verkleinwoorden, in de taalkunde heten ze diminutieven, te pas en te onpas gebruiken. Dat lijkt zo, maar er zijn strikte regels en over het algemeen houden wij ons daar keurig aan, tot verbazing van velen die onze taal willen leren.
Natuurlijk gebruik je verkleinwoorden om aan te geven dat iets klein of kleiner is. Dit is een grote hond en dat is een klein hondje.
Maar ook als je iets een bepaald gevoel wilt meegeven, gebruik je een verkleinwoord: Ik neem op zaterdag altijd een bloemetje mee voor mijn vrouw. Een bloemetje is veel aardiger dan bloemen.
En wat dacht u van de moeder die tegen haar kind zegt: “Zie je de koetjes in de wei ?” Een volwassen melkkoe weegt zo’n zeshonderd kilo, maar koetje klinkt nu eenmaal wat vriendelijker dan koe.
Verkleinwoorden worden ook nogal eens gebruikt om fouten of iets lelijks te verdoezelen of in ieder geval minder erg te laten klinken. Ik was maar een paar minuutjes te laat. Ik ben niet dik, ik heb alleen een buikje.
Rijk de Gooyer (1925-2011) had ook zo’n mooie in zijn televisie- of radiospotjes, als uitkwam dat hij, als personage van meneer Van Looij, de verzekering wilde oplichten: Foutje, bedankt !
Ook kunnen verkleinwoorden als respectloos en neerbuigend worden ervaren. Het woord vrouwtje kun je tegenwoordig beter alleen maar gebruiken voor het aangeven van het geslacht van dieren: wat een leuke hond, is het een mannetje of een vrouwtje ? Een arts die zegt: “Zo, mevrouwtje, loopt u maar even mee.” Dat kan echt niet meer.
Grappig is dat ‘mannetje’ soms wel weer wordt geaccepteerd, bijvoorbeeld in mannetjesputter (sterke, flinke man).
Een trucje dat buitenlanders, die Nederlands geleerd hebben, vaak gebruiken om die moeilijke lidwoorden te omzeilen, is het de wolk of het wolk, is het gebruik van verkleinwoorden: het wolkje. Verkleinwoorden zijn altijd HET-woorden. Ach ja, zo wordt het Nederlands voor hen wat gemakkelijker, tenminste, een beetje.









